De Poort, de Paljas en het Meisje, deel 1

Levens(reis)verhaal van een domineesdochter met het syndroom van Asperger.

cropped-bepboek.jpg

In een historisch stadje langs een brede rivier groeit een meisje op met het syndroom van Asperger. Vader is hoogleraar (dogmatische) theologie. Moeder heeft een meer vrijzinnige achtergrond en is haar man en tien kinderen zeer toegewijd. Vanuit een onorthodoxe en authentieke levenshouding weet zij binnen het benauwende gereformeerde klimaat toch ruimte voor veel – uitbundig – plezier te scheppen. Op een ontwapenende manier neemt de auteur de lezer mee naar het oude donkere huis bij de middeleeuwse poort en het plantsoen daarachter. In de laatste hoofdstukken beschrijft zij haar belevenissen op een Iers schiereiland en het begin van een onstuimige liefdesaffaire…..

Met een bijdrage van dr. Els Blijd-Hoogewys, internationaal autismedeskundige, en tips voor kerkverlaters, ‘auties’ en andere gelukzoekers.

Deel 2 is op 14 februari 2020 verschenen. Voor het ontvangen van actuele (pers)berichten, het boeken van lezingen of inschrijven op mijn ‘digitale boekgroep’ zie ‘Kontaktformulier’.

Deel 1 is direct te bestellen bij de (nieuwe) uitgever:

https://www.boekscout.nl/shop2/boek.php?bid=10148   (geen verzendkosten) en te leen of te bestellen bij alle Openbare Bibliotheken

Deel 2 hier 

DE POORT, DE PALJAS EN HET MEISJE, deel 2

Meeslepend (en soms hilarisch) relaas van een ‘Aspergervrouw’ over haar worsteling met liefde, geloof, seks en de ware zin van het (aardse) leven.

In het tweede deel van deze hartverwarmende trilogie vervolgt de schrijfster haar zoektocht naar vervulling in het Ierse Dingle. Deze hoopt ze te vinden in de armen (en het bed) van een authentieke Kelt. Later volgen we de zowel schrijnende als hilarische ontwikkelingen in haar strijd om een ‘goed mens’ te wezen. Met tips voor kerkgangers en gelukzoekers met of zonder ASS. Door een samenvatting van deel 1 is deel 2 ook apart te lezen.

Over de auteur

Bep Schilder (Utrecht, 1953) woont afwisselend in Kampen, Groningen en – sinds maart 2021 – in Zutphen. Haar authentieke en veelzijdigartistieke persoonlijkheid bezorgde haar spontaan titels als ‘Kamper legende’, ‘Kroegmoeder’ en ‘Icoon van het Literair Café’. Ook ‘runde’ ze een vrouwen- en een spiritueel centrum. Naast de SPW- opleiding is ze geschoold in esoterie, astrologie en aurahealing.

De auteur stamt uit een bekend theologengeslacht. De broer van haar opa, Prof. dr. Klaas Schilder was als ‘oprichter’ van de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt in 1944 een landelijk fenomeen. Haar vooral in spirituele kringen bekende zus (wijlen) Aleid Schilder deed via columns, lezingen en boeken, waaronder het vaak herdrukte ‘Hulpeloos, maar schuldig’, veel stof opwaaien in (rand)kerkelijk Nederland.

Fragment uit het boek

Als een beetje ‘apartig’ kind binnen ons tienkoppige gezin had ik me vaak eenzaam en onbegrepen gevoeld. Papa was hoogleraar aan een strenggereformeerde theologische universiteit; de dwangbuis van kerkelijke wetten en voor mij meestal onduidelijke regels beangstigden mijn altijd naar vrijheid hunkerend ‘kunstenaarsgemoed’. Wanneer het kon, zocht ik dan ook mijn toevlucht tot het bronzen standbeeld van de Paljas op het grasveld achter een middeleeuwse poort schuin tegenover het grote, oude huis waarin wij opgroeiden.
Deze poort met haar naar de hemel reikende spitsen scheidde een kleur- en waterrijk plantsoen van de zwaarte in het behoudende stadje dat aan de oostzijde werd begrensd door een naar de vroegere Zuiderzee stromende rivier. Die Paljas zat daar altijd maar zo stil, op zijn granieten sokkel, met een puntmutsje boven zijn naar onbekende verten starende ogen. Ik voelde me met hem verwant omdat hij net als ik een beetje ‘anders’ was. Wel deed het me verdriet dat hij niet op zijn – dicht gegoten – fluit kon spelen.

Een maand eerder was mijn dochter Sarah drie-en-twintig jaar geworden. Omdat ze met haar studiegenote en vriendin Gea voor het schrijven van hun scriptie een paar maanden in Ierland verbleef, vierde ze dat op het zuidwestelijk gelegen schiereiland Dingle. Daar woonde en werkte haar geliefde, Damon, met wie ze, na een geslaagde kerstviering bij zijn ouders, serieus overwoog ‘in zee te gaan’. Omdat ze graag wilde dat ik dan ook in Ierland zou komen wonen, was deze reis min of meer bedoeld als een verkennend onderzoek. Zij had me met haar onweerstaanbare overredingstactiek zo ver gekregen dat het idee me hier te vestigen ineens helemaal niet zo’n vreemde gedachte leek. Op mijn turbulente levensweg was ik ‘toevallig’ net bij een soort kruispunt aangekomen: onlangs had ik afscheid genomen van mijn (tweede) geesteskind, de spirituele stichting Koraal. Het voorzitterschap daarvan had ik in vol vertrouwen aan mijn ex en zielsvriend Rick overgedragen.
Tot mijn verbazing was mijn aanstaand vertrek plaatselijk nieuws gebleken; de kranten hadden er uitgebreid aandacht aan besteed. Iemand betitelde me zelfs als een ‘levende legende’. Zo werd deze pionier dan toch nog in eigen stad geëerd. Helaas kon ik er niet echt van genieten, want ik leed al sinds mijn kleutertijd aan een vorm van chronische onzekerheid. Of dat kwam door de dogma’s over onze slechte en zondige natuur die we vroeger tijdens de catechisatielessen in het hoofd hadden moeten stampen wist ik niet, in elk geval leek ik meer dan de andere kinderen last te hebben van angsten, nachtmerries en een vorm van allergische huiduitslag. Ook pleegde ik – onbewust – voortdurend op mijn lippen te bijten en wreef ik vaak dwangmatig met mijn vingers langs elkaar.

DE POORT DE PALJAS EN HET MEISJE, deel 2

Het strenggereformeerde klimaat waarbinnen de schrijfster opgroeide liet diepe sporen na in haar ontvankelijke Aspergergeest. Het tweede deel van haar autobiografische roman ‘De Poort, de Paljas en het Meisje’ geeft van nabij haar worstelingen daarmee weer. Vanuit haar autistische kijk op het leven probeert ze, soms wanhopig, het gedrag van de mensen om haar heen te begrijpen. Uiteindelijk bevrijdt ze zich van de dogmatische leringen door verworven filosofische en spirituele inzichten. In het ongerepte Ierland komt haar moegestreden ziel thuis en vindt ze rust, (h)erkenning en een nieuwe liefde.

Halverwege het boek verspringt het ‘verhaal’ naar de jaren ’80, waar ze met haar dan driejarige dochter is neergestreken in de stad Groningen. We volgen haar fervente pogingen om een goede moeder, vriendin, minnares en echtgenote te wezen. En haar ontdekking van een ‘oosterse techniek’ om de angsten die haar wakker houden te bezweren en – eindelijk – ware, innerlijke rust te vinden.

Het boek bevat een voorwoord van de internationaal bekende autisme-expert dr. Els Blijd-Hoogewys en een nawoord over onder meer seksueel misbruik van mannen door vrouwen in een ver verleden. En hoe zich dat verhoudt tot de huidige #MeToo discussie…

Inkijkje deel 1

Voorwoord
Een paar jaar geleden kwam ik Bep tegen in de bioscoop. Ik had sa-
men met collega’s een autismevriendelijke bioscoopvoorstelling geor-
ganiseerd in Groningen. Zo was onder andere het licht en het geluid
meer gedimd dan normaal. Bep vertelde me later dat het de eerste
keer was dat ze zonder oordopjes naar de bioscoop was gegaan. Ze
had ervan genoten. Later kwam Bep bij toeval bij mij in behandeling.
Ze had een paar maanden eerder de diagnose stoornis van Asperger,
een vorm van autisme, gekregen. Ondanks dat dit haar in eerste in-
stantie veel opluchting, (h)erkenning en begrip opleverde, volgde er
in tweede instantie rouw. Ze worstelde erg met de diagnose, zeker ook
tegen de achtergrond van haar academisch succesvolle familie.
In mijn spreekkamer zie ik vaker vrouwen van in de veertig, vijftig
en zestig die pas op deze leeftijd de diagnose autismespectrumstoor-
nis krijgen. Geregeld melden ze dan dat ze zich een soort kameleon
voelen. Ze hebben zich hun hele leven lang aangepast aan anderen,
maar weten uiteindelijk niet meer wie ze zelf zijn. Ze voelen zich iden-
titeitsloos. Ook Bep Schilder wist het na de diagnose even niet meer.
Ze had in het verleden kinderen met een autismespectrumstoornis
begeleid … en nu bleek ze het zelf te hebben? Waarom had ze dit
nooit bij zichzelf gezien? Wie was ze eigenlijk? Haar identiteit lag aan
scherven. Ze worstelde hier erg mee. Langzaamaan heeft ze haar iden-
titeit opnieuw vorm gegeven, opgebouwd uit die oude scherven. Het
werd een prachtig, kleurrijk en warm mozaïek.
Door in de therapie veel over autisme te praten is ze langzaam weer
in contact gekomen met zichzelf. Daarbij kwam aan bod hoe het au-
tisme er bij haar uitzag, maar ook de invloed van het geloof (de ge-
reformeerde kerk-vrijgemaakt, het katholicisme en het spiritualisme)
op haar gezin en familie (de regenboogfamilie met haar strengheid én
warmte), haar eigen levensgeschiedenis, het mooie rustieke Ierland,
de liefdes in haar leven, haar dierbare dochter en kleindochters en de
11invloed van dit alles op haar denken en voelen. De vele dagboeken die
ze gedurende haar leven heeft geschreven, is ze op een gegeven mo-
ment gaan (her)lezen. Dagboeken schrijven, is iets wat meer vrouwen
met een autismespectrumstoornis doen. Zij had er op dat moment
al zo’n honderd twintig volgeschreven. Daardoor kreeg ze ook let-
terlijk weer grip op haar leven en voelde een sterke drang om iets met
haar verhaal te doen. Op een goede dag werd het plan voor een boek
geboren. Als psychotherapeut heb ik, evenals haar dochter en vele
familieleden, het voorrecht gehad om de eerste stukken daarvan te
mogen lezen. Het verheugt me dat het boek nu ook voor een groter
publiek beschikbaar is, zodat iedereen van haar fantastische vertel-
kunst kan genieten. Ik hoop dat andere vrouwen met een autisme-
spectrumstoornis hier herkenning in kunnen vinden en er kracht uit
putten. Echter, ook voor mensen zonder autisme is dit een heel waar-
devol boek. Het biedt zicht op een belangrijke episode in de geloofs-
geschiedenis van Nederland, het ongerepte Ierland en is bovendien
een prachtig geschreven ‘roman’. Ik raad iedereen aan deze bladzijde
snel om te slaan, te gaan lezen … en ervan te genieten.


Dr. Els M.A. Blijd-Hoogewys (1973, Sint-Amandsberg, België)
Klinisch psycholoog/psychotherapeut en cognitief gedragstherapeut
Hoofd Infantteam & Autismeteam van INTER-PSY te Groningen


Inleiding
Op mijn elfde jaar kreeg ik van een tante, die lerares Nederlands was,
een heus dagboek met een dikke grijs-wit gestreepte kaft en een ‘gou-
den’ slotje. Daarin had ze, boven een foto van mij zittend met haar
hond op een stukje zanderige bosgrond, de uit een tijdschrift geknipte
tekst: ‘Dagboek van een dromerig meisje’ op de eerste pagina geplakt.
En omdat ze in de mening verkeerde dat haar nichtje gezegend was
met ‘de gave van het woord’, adviseerde ze me om later een boek over
ons (kleurrijke en uitzonderlijke) gezin te gaan schrijven met als opti-
onele titel: Het grote huis in de kleine stad.
Gedurende de rest van mijn leven ben ik altijd scheppend met taal
bezig gebleven, onder andere in de vorm van gedichten, cabaret en
(kranten)artikelen. Af en toe werd er een gedicht of ingezonden ver-
haal van mijn hand ‘bekroond’ en/of gepubliceerd. Daarnaast heb
ik honderd twintig dagboeken geschreven. Door de tijd heen ben ik
meerdere malen vanuit mijn omgeving aangespoord om mijn vaak
bizarre en ongewone levenservaringen in boekvorm met een groter
publiek te gaan delen. Helaas heeft vooral het Aspergersyndroom,
waarmee ik op mijn vijfenvijftigste ben gediagnosticeerd, me altijd
sterk doen twijfelen aan het begiftigd zijn met wat voor talent dan
ook. Daarnaast hebben de dominees in onze kerk met hun indoctri-
natie aangaande mijn nietige en zondige natuur het wel aanwezige zelf-
vertrouwen voor een groot deel succesvol in de kiem weten te smoren.
Maar toen mijn jongste zus me naar aanleiding van een ‘bekroond’
gedicht op een dag sms’te: ‘Moet jij niet eens een roman gaan schrij-
ven? Met jouw creativiteit, intelligentie en vlotte pen…’, begon ik
toch serieus na te denken over de mogelijkheid van een eventuele,
verlate, schrijfcarrière.
Zo’n jaar of vier geleden werd ik op een ochtend wakker met een
helder beeld van een boek dat ik ‘moest’ gaan schrijven. Het was sa-
mengesteld uit drie componenten: mijn (streng)gereformeerde jeugd,
de verwerking daarvan middels verworven (spirituele) inzichten en
het syndroom van Asperger.
Gedurende het schrijfproces, tijdens welk ik door een heuse ‘dark
night of the soul’ heb moeten gaan, werd me duidelijk dat het geheel
zal gaan bestaan uit drie onderscheiden delen.
Toen na een zeer frustrerende zoektocht via instellingen als het Riagg en
dergelijke dan eindelijk de Aspergerdiagnose was gesteld, ben ik min of
meer weggevlucht naar ‘het hoge noorden’. Daar heb ik met behulp van
grondige therapie en de steun van enkele dierbare vrienden de ‘steentjes’
van mijn ‘uit elkaar gevallen mozaïek’ opnieuw vorm leren geven. Dit
was, mede door de burn out waar ik inmiddels in terecht was gekomen,
en waardoor ik voor de derde keer een op zich bevredigende baan had
moeten achterlaten, een moeizaam en vaak uiterst pijnlijk proces.
Bovendien bleek het extra belastend te kunnen wezen als je zo’n
diagnose pas op latere leeftijd verkrijgt, omdat de voor jou belangrijke
mensen daar in eerste instantie veelal negatief op reageren. Niet al-
leen jijzelf maar ook zij zijn hun hele leven gewend aan een bepaald
‘beeld’ van/over jou. Wat er dan gebeurt is denk ik te vergelijken met
een rouwproces. Iedereen moet afscheid nemen van dat vertrouwde
beeld en deze transformatie blijkt vaak voor meerdere betrokkenen
behoorlijk in- en aangrijpend te wezen.
Daarom hoop ik met dit boek onder andere te bereiken dat meisjes
met het syndroom van Asperger in de toekomst op jongere leeftijd –
dan ikzelf – als zodanig zullen worden opgemerkt. In dit licht ben ik
heel blij met de spontaan toegezegde bijdrage van mijn ex-therapeute
dr. Els M.A. Blijd-Hoogewys, die is gepromoveerd op (een onderdeel
van) autisme, het zogeheten ‘Theory of Mind’. Voor haar onderzoek
heeft zij meerdere prijzen in ontvangst mogen nemen. Zij is klinisch
psycholoog, psychotherapeute en senior onderzoeker. Momenteel is
ze werkzaam als behandelcoördinator INTER-PSY Infantteam & INTER-
PSY Autismeteam te Groningen. Daarnaast is ze freelance docent aan
de Rijksuniversiteit Groningen, de opleiding tot Gezondheidszorg en
de opleiding tot Klinisch psycholoog.